Nascholing slaap

Onderwerpen

OSA, perioperatief management

Normen Hemmink, physician assistant
Streekziekenhuis Koningin Beatrix Winterswijk

 


Patiënten met OSA lopen extra risico bij anesthesie en (procedurele) sedatie. Vanwege gevoeligheid voor alle centraal dempende geneesmiddelen kunnen minimale doses al luchtwegobstructie en ademstilstand geven. Omdat er, naast het verlies van bewustzijn, ook een geneesmiddelgeïnduceerde onderdrukking van spieractiviteit en ontwaakreactie optreedt kunnen zij soms niet adequaat reageren op asfyxie. OSA-patiënten moeten bij anesthesie dan ook goed gecontroleerd worden en een aantal faciliteiten dienen (direct) beschikbaar te zijn (Hillman DR et al. Obstructive sleep apnoea and anaesthesia. Sleep Med Rev 2004;8:459-71).

 

Fenotypering bij OSA: van theoretisch concept naar klinische praktijk

Pauline van Hirtum, longarts
Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe

 


Behandeling op basis van de hoogte van de AHI maakt de laatste jaren plaats voor een meer patiëntgerichte benadering. Met behulp van fenotypering kan onderscheid gemaakt worden in de heterogene OSA-populatie. Dit geeft handvatten om de prognose, de noodzaak tot behandeling en de optimale behandelstrategie van de individuele patiënt te bepalen.